Deze pagina is niet compleet. Wij zijn druk bezig om alle informatie online te zetten. Houd deze pagina in de gaten voor ontwikkelingen op het gebied van onze collectie.

Collectie

Op deze pagina zullen wij pogen een greep te doen uit onze collectie. Wilt u meer zien of weten? Klik dan door naar de individuele pagina’s van onze trams.

Nederlandse Motorwagens

NBM 20

​In 1910 werden door de firma Allan & Co te Rotterdam een viertal elektrische motorrijtuigen geleverd aan de Ooster Stoomtram Maatschappij. Zij waren genummerd 20 -23 en bedoeld voor de smalspoorlijn (1067 mm) van Station Driebergen naar Zeist. Zij waren créme-kleurig geschilderd, voorzien van een sleepbeugel en boden plaats aan 20 zittende en 12 staande passagiers. In 1923/1924 werden de motorrijtuigen verbouwd naar normaalspoor om dienst te kunnen doen op de lijn Utrecht – Zeist.

GTG 41

De motorwagen is een replica, ontstaan uit de Haagse motorwagen 267 die uit dezelfde bouwserie als de GTG 36 – 42 bij HAWA stamt. De originele motorwagen 41 maakte deel uit van de door de HAWA aan de Gemeente Tram Groningen geleverde serie 36 -42. Toen het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Groningen zijn 75-jarig bestaan zou vieren in 1981, betreurde men het feit dat er van de Groninger tram niets meer bewaard was gebleven. Op 22 november 1980 verhuisde de Haagse H16 naar op verzoek Groningen, waar deze in enkele maanden tijd werd omgetoverd tot de roomgele Groningse motorwagen 41. Het motorrijtuig is nu normaalsporig in plaats van metersporig. Bij de jubileumviering in maart 1981 stond de tram naast de Martinitoren.

De GTG 41 is voor onderhoud tijdelijk overgeplaatst naar het Nederlands Openlucht Museum. Hier zal deze een opknapbeurt krijgen en aan bezoekers getoond worden.

RET 507

Rond 1930 was nog veel meer nieuw materieel benodigd om de grootse plannen van de RET-directie uit te kunnen voeren, temeer daar de oudste rijtuigen op dat moment aan vervanging toe waren. Zo werden in de loop van 1931 honderd rijtuigen bij de RET afgeleverd, die in aansluiting op hun voorgangers onder de nummers 471-570 in dienst werden genomen. Deze wagens, die in de fabrieken van Allan, Beijnes en Werkspoor werden vervaardigd, weken uiteraard nauwelijks af van de in 1929 afgeleverde rijtuigen. De nieuwe rijtuigen waren wat langer, maar belangrijker was dat hun motorvermogen groter was, hetgeen de wagens geschikter maakte om aanhangrijtuigen te trekken.

HTM 816

In 1926 deed de HTM in aansluiting op de bestelling van de motorrijtuigen 801 -815 bij de Firma Allan & Co in Rotterdam een aanvullende bestelling voor nog eens 5 motorrijtuigen type 800. Na levering van de 816 op 16 maart 1927 werd de 816 op de sneltramlijn 11 (Station Hollands Spoor – Hotel Zeerust) in dienst gesteld. Op 9 mei 1977 werd de wagen overgebracht naar de EMA waar het motorrijtuig in 1986 is gerestaureerd in de toestand van de jaren ’30.

HTM 1024

Nadat eerst twee prototype’s PCC in den Haag hadden proefgereden werden er in 1950 nog 22 PCC wagens besteld bij La Brugeoise in Brugge. Deze zouden aansluitend aan de twee protorijtuigen de nummers 1003 – 1024 krijgen. De 1024 werd op 6 november 1952 afgeleverd aan de losplaats Delftselaan in den Haag. Het bood plaats aan 36 zittende en 57 staande passagiers.

Nederlandse Bijwagens

NBM 43

De Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij (NBM) heeft voor de exploitatie van haar electrische tramnet diverse kleine serie’s rijtuigen besteld. Het gesloten aanhangrijtuig 43 komt uit een serie van twee rijtuigen, genummerd 42 – 43, gebouwd in 1915. De indeling van het aanhangrijtuig was van begin af aan al met dwarsbanken en in elke hoek een langsbank voor 2 personen. Totaal konden in het aanhangrijtuig 20 zittende en 15 staande reizigers vervoerd worden.

NBM 55

Gebouwd in 1917 door Werkspoor, is deze ex-GVB 778 thans de NBM 55. Een originele tekening van de OSM (Ooster Stoomtram Maatschappij) werd gebruikt als referentie voor deze unieke restauratie. Deze wagen doet nu regelmatig dienst achter de NBM 20 wanneer dit noodzakelijk is.

NBM 402

Vanaf 1911 tot september 1944 werden door de NBM tweemaal per dag korte goederentrams gereden tussen Zeist en Utrecht. Deze trams bestonden uit een motorwagen en twee goederenwagens die werden gelost op een zijspoor. Bij de opheffing van het trambedrijf in 1949 werd alle goederenmaterieel gesloopt. De replica 402 is ontstaan uit twee gelijkende goederenwagens (A43 en A44) van het trambedrijf uit de stad Bonn. Er werden enkele aanpassingen gedaan om de goederenwagen een echte NBM goederenwagen te maken. De uitvoering is in de toestand van 1937.

HTM 779

In 1929 leverde de Belgische wagonfabriek La Brugeoise et Nicaise et Delcuve dertig aanhangrijtuigen aan de HTM, waaronder de 779. Deze lange vierassers zijn tot het eind van het bijwagenbedrijf op het HTM-stadsnet in dienst gebleven. In 1948 kregen zestien van deze wagens, waaronder de 779, een Westinghouse-luchtreminstallatie om dienst te kunnen doen achter de nieuwe “Zwitserse” motorrijtuigen gebouwd door Werkspoor, en zo nodig ook op de buitenlijnen die inmiddels datzelfde remsysteem hadden gekregen. Toen de HTM na 1965 geen bijwagens meer inzette, gingen de 779 en 780 voor enkele jaren naar de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik. Daar kregen ze de bijnamen Amalia en Dora. In 1977 werd de 779 overgebracht naar de Electrische Museumtram Amsterdam om daar te worden gerestaureerd door een toegewijde werkgroep.