| Op deze pagina hebben we het over een tweetal unieke trams, welke onderdak vonden in onze remises, namelijk motorwagen NBM 20 en aanhangrijtuig 43. Daarnaast zijn er replica's in de maak van NBM trams (12 & 55). De NBM collectie maakt deel uit van het "Stichts Tram Museum", dat bij de museumlijn voorlopig onderdak vond. |
Motorwagen 20
1910
In 1910 leverde de Firma Allan uit Rotterdam een viertal electrische smalspoor tramwagens af aan de OSM onder de nummers 20-23, in crêmekleurige uitvoering en voorzien van een sleepbeugel (de z.g. beugeltrams).Deze wagens waren bedoeld voor de door de OSM geëxploiteerde lijn tussen Driebergen en Zeist (smalspoor), om daar de paardetram te vervangen.
In 1923/24 werden de trams overgeheveld naar de lijn Utrecht-Zeist, maar daarvoor moest wel een verbouwing plaatsvinden naar normaalspoor. Tevens werd de sleepbeugel vervangen door drie trolleys.
Normaal werd één trolley gebruikt, behoudens op het traject langs het KNMI, omdat het KNMI bepaalde technische storingen ondervond in haar meetinstrumenten in het z.g. "Aardmagnetisch Paviljoen" door het rijden van de electrische trams in de nabijheid. Die storingen konden worden verholpen door de retourstroom door een tweede bovenleidingdraad terug te laten lopen naar het onderstation, in plaats van door de rails (wat normaal het geval is bij trams en treinen).
Overigens werd de serie bij deze ombouw evenredig vernummerd van 20-23 tot 17-20. De huidige NBM 20 in ons museum was dus voorheen de OSM 23.
We hopen dat deze motorwagen in 2010 volledig gerestaureerd in dienst kan komen. Volg de nieuwspagina op deze site voor de ontwikkelingen!
1927
In 1927 ging het in eigendom over naar de NBM, welke het in 1930 in haar bedrijfskleur (crême/olijfgroen) schilderde. De 20 werd in 1949 bij het beëindigen van het NBM trambedrijf verkocht naar Duitsland aan de KWRE (Kleinbahn Wesel-Rees-Emmerich). Na het staken van de tramdienst alhier in 1966 kwam de wagen via de Nederlandse Vereniging Railvervoer in De Meern terecht.
Na aankoop van de wagen door de Tramweg Stichting werd deze in 1970 naar Rotterdam en in 1972 naar Hoorn overgebracht. Tenslotte belandde de wagen in 1978 uiteindelijk in Amsterdam bij de museumlijn.
De wagen ondergaat een degelijke restauratie, waarbij de Duitse aanpassingen aan de beide balcons ongedaan worden gemaakt om het de zo karakterestieke NBM uiterlijk terug te geven (middendeur in balconscherm om overstap naar aanhangwagen mogelijk te maken).
over de NBM
De Ooster Stoomtram Maaschappij (OSM, opgericht in mei 1882), bezat materieel en lijnen op de Utrechtse Heuvelrug (Rhenen-Wageningen-Oosterbeek-Arnhem,Utrecht-Zeist, Driebergen-Zeist) en liquideerde in 1927, waarbij de lijnen en het materieel overgingen in eigendom van de NBM.
De Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij werd opgericht op 14 december 1900, als aparte (zelfstandige) ondernemening van de Nederlandse Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS). In feite was dit een soort van holdingmaatschappij, welke tot doel had om te investeren in het openbaar vervoer (en daaruit geld te verdienen) en een relatieve nieuwkomer op het gebied van openbaar vervoer.
De NBM deed haar intrede op een moment in de geschiedenis, dat electrische tractie een aantrekkelijk alternatief begon te vormen voor de dan nog bestaande paarden- en stoomtractie.
De exploitatie van de NBM ging later over in Centraal Nederland, thans Connexxion.
aanhangrijtuig 43
De OSM kreeg in 1919 o.a. de beschikking over ex NCS rijtuig 43, gebouwd in 1915 door wagonfabriek Allan. In 1927 kwam het als gevolg van de liquidatie van de OSM te vervallen onder de inboedel en exploitatie van de NBM. In mei 1949 staakte de NBM haar tramdiensten (als gevolg van de verbussing), waarna de 43 werd verkocht naar Duitsland aan de KWRE, gesloten in 1966. Hierna kwam de wagen in 1967 eerst in Enschede en daarna in Haarlem terecht en in 1968 in Hoorn bij de Stoomtram.
De wagen heeft in Hoorn korte tijd dienst gedaan in de stoomtramdienst, maar verhuisde daarop naar Amsterdam, na het onstaan van de museumtramlijn (onder leiding van de Tramweg Stichting).
15 september 2005
Na restauratie kon op bovengenoemde datum voor het eerst sinds 1950 weer met een electrische NBM tram worden gereden. Helaas zal het echter nog jaren duren, voordat motorwagen 20 als trekkracht zal kunnen fungeren. Tot die tijd doet de 43 dienst achter andere motorwagens op de museumlijn.



