We hebben het op deze website nog
niet eerder gehad over een tweetal unieke trams, welke onderdak vonden
in onze remises, namelijk motorwagen NBM 20 en aanhangrijtuig 43. Daarnaast
zijn er replica's in de maak van NBM trams (12 & 55). De NBM collectie
maakt deel uit van het "Stichts Tram Museum", dat bij de museumlijn
voorlopig onderdak vond. |

De Ooster Stoomtram Maaschappij (OSM, opgericht in mei 1882), bezat materieel en lijnen op de Utrechtse Heuvelrug (Rhenen-Wageningen-Oosterbeek-Arnhem,Utrecht-Zeist, Driebergen-Zeist) en liquideerde in 1927, waarbij de lijnen en het materieel overgingen in eigendom van de NBM.
De Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij werd opgericht op 14 december 1900, als aparte (zelfstandige) ondernemening van de Nederlandse Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS). In feite was dit een soort van holdingmaatschappij, welke tot doel had om te investeren in het openbaar vervoer (en daaruit geld te verdienen) en een relatieve nieuwkomer op het gebied van openbaar vervoer.
De NBM deed haar intrede op een moment in de geschiedenis, dat electrische tractie een aantrekkelijk alternatief begon te vormen voor de dan nog bestaande paarden- en stoomtractie.
De exploitatie van de NBM ging later over in Centraal Nederland, thans Connexxion.
In 1910 leverde de Firma Allan uit Rotterdam een viertal electrische smalspoor tramwagens af aan de OSM onder de nummers 20-23, in crêmekleurige uitvoering en voorzien van een sleepbeugel (de z.g. beugeltrams).Deze wagens waren bedoeld voor de door de OSM geëxploiteerde lijn tussen Driebergen en Zeist (smalspoor), om daar de paardetram te vervangen.
In 1923/24 werden de trams overgeheveld naar de lijn Utrecht-Zeist, maar daarvoor moest wel een verbouwing plaatsvinden naar normaalspoor. Tevens werd de sleepbeugel vervangen door drie trolleys.
Normaal werd één trolley gebruikt, behoudens op het traject langs het KNMI, omdat het KNMI bepaalde technische storingen ondervond in haar meetinstrumenten in het z.g. "Aardmagnetisch Paviljoen" door het rijden van de electrische trams in de nabijheid. Die storingen konden worden verholpen door de retourstroom door een tweede bovenleidingdraad terug te laten lopen naar het onderstation, in plaats van door de rails (wat normaal het geval is bij trams en treinen).
Overigens werd de serie bij deze ombouw evenredig vernummerd van 20-23 tot 17-20. De huidige NBM 20 in ons museum was dus voorheen de OSM 23.
Hier is de 20 te zien tijdens een zeldzaam uitstapje buiten de werkplaats.
In 1927 ging het in eigendom over naar de NBM, welke het in 1930 in haar bedrijfskleur (crême/olijfgroen) schilderde. De 20 werd in 1949 bij het beëindigen van het NBM trambedrijf verkocht naar Duitsland aan de KWRE (Kleinbahn Wesel-Rees-Emmerich). Na het staken van de tramdienst alhier in 1966 kwam de wagen via de Nederlandse Vereniging Railvervoer in De Meern terecht.
Na aankoop van de wagen door de Tramweg Stichting werd deze in 1970 naar Rotterdam en in 1972 naar Hoorn overgebracht. Tenslotte belandde de wagen in 1978 uiteindelijk in Amsterdam bij de museumlijn.
De wagen ondergaat een degelijke restauratie, waarbij de Duitse aanpassingen aan de beide balcons ongedaan worden gemaakt om het de zo karakterestieke NBM uiterlijk terug te geven (middendeur in balconscherm om overstap naar aanhangwagen mogelijk te maken).
De OSM kreeg in 1919 o.a. de beschikking over ex NCS rijtuig 43, gebouwd in 1915 door wagonfabriek Allan. In 1927 kwam het als gevolg van de liquidatie van de OSM te vervallen onder de inboedel en exploitatie van de NBM. In mei 1949 staakte de NBM haar tramdiensten (als gevolg van de verbussing), waarna de 43 werd verkocht naar Duitsland aan de KWRE, gesloten in 1966. Hierna kwam de wagen in 1967 eerst in Enschede en daarna in Haarlem terecht en in 1968 in Hoorn bij de Stoomtram.
In de werkplaats wordt de 43 gelicht......

De wagen heeft in Hoorn korte tijd dienst gedaan in de stoomtramdienst, maar verhuisde daarop naar Amsterdam, na het onstaan van de museumtramlijn (onder leiding van de Tramweg Stichting). De wagen wordt momenteel rijvaardig gemaakt door een kleine groep mensen. Het interieur is zo goed als gereed en de wagen is inmiddels in de werkplaats van het onderstel geheven om reparaties aan de aspotten en wielassen mogelijk te maken.
De op de bovenstaande foto zichtbare truck is inmiddels gestraald en van een roestwerende coating voorzien. De aspotten zijn opnieuw ingegoten met witmetalen glijlagers. Deze constructie is ietwat ongebruikelijk, omdat normaal gesproken de lagers los in de aspotten zijn aangebracht (makkelijker te vervangen bij slijtage). Het remwerk wordt nu nagekeken, gereinigd en opnieuw geassembleerd. Binnenkort zal de wagenbak van de 43 weer op de truck worden geplaatst. Wie wil komen meehelpen, is van harte welkom!
Al jarenlang is NBM (Nederlandsche Buurtspoorweg Maatschappij) bijwagen 43 bij de RETM/EMA is restauratie.Op bovenstaande datum was deze restauratie zo ver gevorderd dat er voorzichtig een eerste proefrit kon worden gemaakt om het gereviseerde loop- en remwerk van de wagen te testen. Daar er nog geen originele NBM motorwagen beschikbaar is, (maar daar wordt door de werkploeg van Johan van der Hurk ook hard aan gewerkt) werd de trekkracht verzorgd door de Groningse motorwagen 41.

Het was voor het eerst sinds 1950 dat er weer een elektrische NBM tram onderweg was. De wagen hield zich prima en heeft bijzonder goede rijeigenschappen voor een twee-asser. Verlichting en beremming bleken in orde te zijn. Na voltooiing van de restauratie rijd de wagen nu mee in de diensten op de museumtramlijn.
Naast de originele NBM tramwagens 20 & 43 zijn er een aantal replica's in de maak, te weten motorwagen 12 en aanhanger 55. Verder is er nog een klein goederenwagentje wat veel weg heeft van zulke wagentjes die bij de NBM dienst deden. Dit draagt het nummer 402. U kunt dit materieel bezichtigen als u op een zaterdag eens komt kijken naar onze werkzaamheden. Wij nemen meestal de tijd om u te woord te staan en het materieel te tonen.
![]() |
![]() |
De rechter foto toont de wagenbak van de in aanbouw zijnde replcia 55, in geheven toestand. Dit maakt het mogelijk om het frame en onderstel voor behandeling te verwijderen
(6 december 2008)
Wij zullen op deze site het wel en wee van deze NBM wagens blijven volgen. Met dank aan J. van der Hurk
www.museumtramlijn.org